En waarom dat geen complot is, maar een systeemfout. Een analyse van de nieuwe Amerikaanse voedingsrichtlijnen in het licht van Nederlandse nuchterheid en visionaire vergezichten.
Wie het debat over voeding een beetje volgt, kent het refrein. Officiële richtlijnen zouden “achterhaald” zijn. Te traag. Te voorzichtig. Te weinig rekening houdend met insuline, hormonen, ultrabewerkt voedsel, individuele verschillen. Alternatieve voedingsstromingen – van paleo tot low-carb, van intermittent fasting tot “real food” – claimen dat zij wél begrijpen wat er in het lichaam gebeurt, terwijl overheden blijven hangen in schijven, vakjes en gemiddelden.
Die kritiek is deels terecht. Maar wie denkt dat dit vooral te maken heeft met onwil, incompetentie of verborgen belangen, mist iets fundamentelers. Voedingsrichtlijnen lopen niet achter de fysiologie aan omdat ze slecht zijn, maar omdat ze iets anders móéten zijn dan fysiologie. En precies daar ontstaat de structurele spanning. Een recente, radicale koerswijziging in de Verenigde Staten, een visionaire blik uit het verleden en de nuchtere realiteit van het Nederlandse beleid illustreren dit perfect.
De Amerikaanse ‘Reset’: “Eat Real Food”
In een ongekend gedurfde stap hebben de Amerikaanse ministeries van Volksgezondheid (HHS) en Landbouw (USDA) de Dietary Guidelines for Americans, 2025-2030 gelanceerd. Dit document is geen voorzichtige update, maar wordt gepresenteerd als “de meest significante reset van federaal voedingsbeleid in de geschiedenis van ons land”. De centrale boodschap, ondertekend door Robert F. Kennedy Jr. en Brooke L. Rollins, is ontwapenend eenvoudig: “The message is simple: eat real food.”
Deze richtlijnen breken met decennia van ‘stofjes-denken’. De focus ligt niet langer op geïsoleerde nutriënten, maar op hele, onbewerkte voedingsmiddelen: vlees, zuivel, groenten, fruit, gezonde vetten en volkoren granen. De aanval op ultrabewerkt voedsel is frontaal. De richtlijnen adviseren een “dramatische reductie” van producten met toegevoegde suikers, geraffineerde koolhydraten en chemische toevoegingen. Sterker nog, ze adviseren expliciet om voedsel met kunstmatige smaakstoffen, op petroleum gebaseerde kleurstoffen en kunstmatige conserveermiddelen te vermijden.
De verschuiving is opzienbarend. Waar eerdere richtlijnen vet, en met name verzadigd vet, demoniseerden, omarmen de nieuwe DGA’s expliciet volle zuivel (“full-fat dairy with no added sugars”) en noemen ze boter en zelfs rundervet als acceptabele opties naast olijfolie. De motivatie is een diepe crisis: met meer dan 70% van de volwassenen die lijdt aan overgewicht of obesitas en bijna 90% van de zorguitgaven die naar chronische ziekten gaan, stellen de DGA’s dat het ‘Standard American Diet’ de oorzaak is. Dit is geen wetenschappelijk document in de traditionele zin; het is een politiek en maatschappelijk manifest.
Een Nederlandse Visionair? De Softpaleo-voorspelling uit 2017
Terwijl Amerika nu een revolutie ontketent, wierp de Nederlandse food-innovator Wouter de Heij in 2017 al een blik op de toekomst. In een blogpost getiteld “Met een glimlach: Hoe de Richtlijnen goede voeding 2025 eruit zouden kunnen gaan zien” , schetste hij een beeld dat destijds als radicaal werd gezien, maar nu profetisch aandoet.
Geïnspireerd door principes van #softpaleo en de #hormoonfactor, voorspelde De Heij richtlijnen die opvallend veel overeenkomsten vertonen met de nieuwe Amerikaanse DGA’s. Zijn belangrijkste voorstellen: stop met brood, pasta en rijst (“de moderne mens heeft niet zoveel lege-energie bronnen meer nodig”), omarm vet (“geen margarine, een beetje boter op zijn tijd kan geen kwaad”), erken tekorten (supplementen zoals vitamine D, omega-3 en magnesium expliciet aanbevolen) en integreer leefstijl (stress, relaties en beweging als onderdeel van de richtlijnen).
De Heij’s visie was een pure fysiologische benadering, los van de beleidsmatige en statistische beperkingen waar de Gezondheidsraad mee worstelt. Hij dacht vanuit het lichaam, niet vanuit het systeem. Het is fascinerend om te zien hoe zijn ‘droom’ voor Nederland nu deels werkelijkheid wordt aan de overkant van de oceaan.
Vergelijkende Analyse: Een Gedeelde Vijand
De convergentie tussen de officiële Amerikaanse richtlijnen en de ‘alternatieve’ visie van Softpaleo is treffend. Beide identificeren ultrabewerkt voedsel als de primaire ziekmaker en pleiten voor een terugkeer naar onbewerkte, nutriëntrijke voeding.
| Kenmerk | USDA Dietary Guidelines 2025-2030 | Softpaleo Voorspelling 2025 |
| Hoofdfilosofie | “Eat real food”, focus op hele voedingsmiddelen | Flexitariër, #softpaleo, focus op vers en eiwitrijk |
| Ultrabewerkt | Vermijd, expliciete afwijzing van additieven | Impliciet vermijden door focus op onbewerkt |
| Granen | Focus op volkoren, reduceer geraffineerd | Stop met brood, pasta, rijst |
| Vetten | Omarm gezonde vetten, incl. boter, beef tallow | Geen margarine, boter mag |
| Zuivel | Volle zuivel zonder suiker | Gefermenteerde, vette zuivel |
| Supplementen | Geen expliciet advies | Aanbevolen (Vit. D, Omega-3, Magnesium) |
De USDA durft het aan om de fysiologische realiteit van vetten en de gevaren van industriële producten centraal te stellen. Ze gaan niet zo ver als De Heij in het sterk versoberen van consumptie van granen of het integreren van leefstijl, maar de richting is onmiskenbaar dezelfde.

De Nederlandse Realiteit: Nuchterheid en Eiwittransitie
En hoe staat het in Nederland? De meest recente update van de Gezondheidsraad, de Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025 , voelt in het licht van de Amerikaanse omwenteling bijna als een document uit een ander universum. Waar de VS een revolutie predikt, perfectioneert Nederland de evolutie.
De Nederlandse richtlijnen zijn een toonbeeld van wetenschappelijke degelijkheid, voorzichtigheid en beleidsmatige continuïteit. De focus ligt volledig op de eiwittransitie: een verschuiving van een 60/40 dierlijk/plantaardig eiwitpatroon naar een 40/60 verhouding. De concrete adviezen: niet meer dan 200 gram rood vlees per week, 250 gram peulvruchten per week, en 15 tot 30 gram ongezouten noten per dag.
De RGV2025 is een verdere invulling van de in 2015 ingezette koers. De adviezen over vetten (“zachte margarine in plaats van boter”), de terughoudendheid over supplementen en de nadruk op volkorenproducten blijven ongewijzigd. Er is geen sprake van een radicale breuk. De Gezondheidsraad opereert als een zorgvuldige boekhouder van de volksgezondheid, die op basis van statistiek en duurzaamheidsoverwegingen de balans langzaam verschuift.
Conclusie: Revolutie versus Evolutie
De drie documenten leggen de fundamentele spagaat van voedingsbeleid bloot. De Gezondheidsraad is het schoolvoorbeeld van richtlijnen als beleidsinstrument: statistisch robuust, juridisch verdedigbaar en gericht op incrementele verandering op populatieniveau. Ze vertegenwoordigen het laagste gemeenschappelijke kennisniveau waarop beleid durft te opereren, met een sterke nadruk op duurzaamheid.
De Softpaleo-visie van Wouter de Heij vertegenwoordigt het andere uiterste: een puur fysiologische benadering, gericht op het individu en losgezongen van beleidsmatige haalbaarheid. Het is een ideaalbeeld, een stip op de horizon.
De nieuwe Amerikaanse DGA’s zijn het meest fascinerend. Ze proberen de kloof tussen deze twee werelden te overbruggen. Ze maken een gedurfde, politiek gemotiveerde keuze om de fysiologische realiteit van ‘real food’ boven de statistische abstractie van ‘nutriënten’ te plaatsen. Ze durven te breken met de status quo en de voedingsindustrie direct uit te dagen.
Voedingsrichtlijnen lopen dus niet per se achter de feiten aan; ze maken een fundamentele keuze in welke ‘feiten’ ze prioriteren. De Gezondheidsraad kiest voor de feiten van de epidemiologie en ecologie (milieu en duurzaamheid). De nieuwe USDA kiest voor de feiten van de fysiologie en de geleefde ervaring van een zieke bevolking. De vraag voor de komende jaren is niet wie er gelijk heeft, maar wiens aanpak het meest effectief zal zijn. Terwijl Nederland de eiwittransitie zorgvuldig managet, ontketent Amerika wellicht een ‘real food’ revolutie. Het gesprek over voeding begint nu pas echt.
